Regio Twente aan zet: stevige keuzes voor houdbare zorg (Frank Brummelhuis)

Regio Twente aan zet: stevige keuzes voor houdbare zorg

Als directeur-bestuurder van een coöperatie van zelfstandig zorgprofessionals (CZOT) maak ik me zorgen en zie ik tegelijkertijd kansen. De eindrapportages Tijd voor stevige keuzes – Wmo 2015 van VNG en VWS leggen helder bloot dat de houdbaarheid van de Wmo onder druk staat: dubbele vergrijzing, personeelstekorten en versnippering van aanbod. Voor ambulante zorg betekent dat geen zachte bijsturing meer, maar concrete, stevige keuzes van gemeenten. In Twente kunnen we niet wachten op landelijke oplossingen. Lokaal handelen is nu nodig.

Van versnippering naar samenhang

De Wmo is steeds meer een vangnet met vage grenzen geworden. Voor ambulante zorg vertaalt zich dat dagelijks in onduidelijkheid en het schuurt te vaak. Zelfstandige zorgprofessionals leveren vaak het meest directe, persoonlijke en effectieve werk: ze kennen cliënten, werken in de leefomgeving en kunnen snel schakelen. Grote organisaties bieden stabiliteit en systemen, maar hun schaal en superzware overhead maken snelle, kleinschalige maatwerkoplossingen lastig en kwetsbaar voor onterechte declaraties. Cliënten merken het: wie waar terechtkan is niet altijd helder en de kwaliteit van ondersteuning verschilt per gemeente. Regionale samenwerking bestaat, maar is versnipperd; zonder eenduidige data en standaarden blijft sturen op resultaat een papieren exercitie.

Ambulante zorg: waar het wringt en waar de kansen liggen

Ambulante zorg staat midden in de samenleving: in de huiskamer, op straat, bij de buurtsamenkomsten. Dat is precies waarom het zo kwetsbaar is voor beleidskeuzes. Kleine aanbieders zijn wendbaar en persoonlijk, maar financieel en administratief kwetsbaar. Ze kunnen snel inspelen op signalen in de wijk, maar raken uitgeput door declaratieprocedures en wisselende gemeentelijke eisen. Grote aanbieders hebben de systemen om zorg te schalen en te verantwoorden, maar hun processen zijn vaak te log om lokaal maatwerk te faciliteren. De echte kans ligt in het verbinden van die werelden: kleinschalige nabijheid misschien wel gekoppeld aan regionale lean en mean backoffices, gedeelde data en slimme financierings- en organisatievormen. Dan ontstaat ruimte voor innovatie zonder dat kwaliteit of continuïteit in gevaar komt.

Drie keuzes die gemeenten nú moeten maken

Gemeenten moeten drie fundamentele keuzes durven maken. Keuzes die direct effect hebben op de ambulante praktijk.

  1. Bepaal de plek van de Wmo. Maak helder of de Wmo smal en afgebakend blijft of dat gemeenten kiezen voor een breed vangnet. Die keuze bepaalt wie welke verantwoordelijkheid draagt en welke zorg in de wijk vanzelfsprekend blijft.
  2. Investeer in de sociale basis. Versterk collectieve voorzieningen en het voorliggend veld zodat de druk op maatwerk afneemt. Goed georganiseerde buurtvoorzieningen voorkomen zwaardere, duurdere interventies en versterken zelfredzaamheid.
  3. Versterk randvoorwaarden. Zorg voor eenduidige data, uniforme registratie en regionale inkoopafspraken. Zonder die randvoorwaarden verdrinken kleine aanbieders in administratie en verliezen grote aanbieders de ruimte om lokaal te innoveren.

 

Concrete aanbevelingen voor wethouders

Gemeenten kunnen met relatief eenvoudige stappen veel bereiken voor grote en kleinere ambulante zorgaanbieders:

  • Een regionale data‑agenda: één set standaarden voor registratie en monitoring, beheerd in samenwerking met zorgverleners als CZOT en gemeenten. Dat maakt vergelijken, sturen en verbeteren mogelijk.
  • Leer‑werk pilots: subsidieer kleinschalige pilots waarin digitalisering en AI administratieve lasten verminderen en medewerkers worden omgeschoold. Focus op praktische tools die tijd teruggeven aan de professional.
  • Backoffice‑coöperaties: faciliteer samenwerkingsverbanden waar kleine aanbieders gedeelde administratie, facturatie en inkoop kunnen afnemen. Dit verlaagt kosten en administratieve druk.
  • Hybride bekostiging: combineer voorspelbare ZiN‑contracten met ruimte voor PGB‑maatwerk, zodat innovatie en continuïteit hand in hand gaan.
  • Deze maatregelen zijn geen dure experimenten; het zijn slimme investeringen die de ambulante praktijk direct ontlasten en de kwaliteit van zorg verbeteren.

Wat CZOT kan doen en wat wij van gemeenten vragen

Onder andere CZOT biedt praktische coördinatie: we kunnen pilots opzetten, een regionale data‑infrastructuur faciliteren, onderwijs koppelen aan praktijk en een platform bieden waar kleine aanbieders backoffice‑diensten delen voor een overhead van 12%. Maar wij hebben gemeenten nodig die politieke durf tonen: maak keuzes, stel structurele middelen beschikbaar voor scholing en de sociale basis, en committeer je aan regionale standaarden. Zonder die steun blijven veel goede ideeën kleinschalig en tijdelijk.

Stevige keuze

Kleine en grote aanbieders hebben elkaar nodig. Voor ambulante zorg geldt dat misschien nog meer dan voor andere vormen van ondersteuning: nabijheid en continuïteit zijn onlosmakelijk verbonden. Gemeenten kunnen die verbinding maken door heldere keuzes en slimme randvoorwaarden. De eindrapportages “Tijd voor stevige keuzes” zijn glashelder: alleen met stevige keuzes houden we de Wmo toekomstbestendig. Als verbinder roep ik wethouders op: kies nu voor regionale samenhang, investeer in mensen en maak de ambulante zorg sterker. Doe het praktisch, doe het samen en doe het snel en zo veel goedkoper zonder de kwaliteit geweld aan te doen want wachten kost ons allemaal meer dan handelen.

F.A. (Frank) Brummelhuis

directeur-bestuurder

Coöperatie Zorgondernemers Twente U.A.

Auteur van Verbinding door leiderschap

#Zorgondernemers #BetaalbareZorg #Zorgbeleid #Zorgtransformatie #Jeugdzorg #WMO #Samen14 #WethouderZorg #VNG